Statuten

Statuten

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Art. 1. De vereniging draagt de naam Studiekring voor Technische Informatie en Communicatie en is gevestigd te Delft. Ze wordt in de volgende artikelen genoemd "Studiekring".

Art. 2. De Studiekring is opgericht op zes december negentienhonderdzestig. Hij is aanvankelijk aangegaan voor de duur van negen en twintig jaar en elf maanden. Bij het in werking treden van deze statuten is de vereniging aangegaan voor onbepaalde tijd.

Art. 3. Het doel van de Studiekring is het vergroten van kennis en het uitwisselen van ervaring op het gebied van technische communicatie en het bevorderen van een goede presentatie en ontvangst van technische informatie.

Art. 4. De Studiekring tracht dit doel te bereiken door:
a. het houden van bijeenkomsten;
b. het verspreiden van geschriften;
c. het instellen van werkgroepen en commissies:
d. het organiseren van leergangen;
e. het organiseren van voordrachten;
f. het geven van voorlichting;
g. het onderhouden van contacten met andere organisaties;
h. andere wettige middelen.

Art. 5. Het verenigingsjaar loopt van één januari tot en met één en dertig december.

Hoofdstuk II De leden en donateurs

Art. 6. Lid kunnen zijn zowel natuurlijke personen als rechtspersonen en organisaties die de doelstellingen van de vereniging onderschrijven.

Art. 7. 1. De leden natuurlijke personen worden onderscheiden in:
a. gewone leden;
b. ereleden;
c. seniorleden;

Bovendien kent de vereniging junior-deelnemers.

2. Ereleden worden als zodanig op voorstel van het bestuur door de ledevergadering benoemd. Zij hebben alle rechten van de gewone leden.

3. Over een verzoek tot toelating als gewoon lid, seniorlid of juniordeelnemer, dat door twee ereleden, gewone leden of seniorleden moet zijn ondersteund, beslist het bestuur.

4. Seniorlid kunnen zijn personen die gedurende tenminste drie opeenvolgende jaren gewoon lid van de Studiekring zijn geweest en geen beroep meer uitoefenen.

5. Junior-deelnemer kunnen zijn personen die nog geen beroep uitoefenen.
Junior-deelnemers hebben geen stemrecht in de algemene vergadering. Overigens hebben zij gelijke rechten en plichten als de gewone leden.

Art. 8. Rechtspersonen en organisaties kunnen als collectief lid van de Studiekring worden toegelaten mits hun werkzaamheden het gebied van de technische informatie en communicatie bestrijken. Over een verzoek tot toelating als collectief lid, welk verzoek door twee ereleden, gewone leden of seniorleden moet zijn ondersteund, beslist het bestuur.

Art. 9. Donateurs kunnen zijn zowel natuurlijke personen als rechtspersonen of organisaties die de doelstellingen van de Studiekring door een jaarlijkse geldelijke bijdrage willen bevorderen. Het bestuur beslist over hun toelating.

Art. 10. Indien door het bestuur afwijzend is beschikt over de toelating tot lid, juniordeelnemer of donateur van een natuurlijk persoon, rechtspersoon of organisatie, kan deze tegen de afwijzende beschikking schriftelijk in beroep gaan bij de algemene vergadering, welke over het beroep tot toelating beslist nadat het bestuur en de betrokkenen gehoord zijn.

Art. 11. Het donateurschap eindigt zonder dat enige opzegging nodig is met ingang van het verenigingsjaar volgend op het verenigingsjaar waarin de donateur niet zijn financiële bijdrage aan de vereniging heeft voldaan. Junior-deelnemers worden gewoon lid van de vereniging met ingang van het verenigingsjaar volgend op dat waarin zij een beroep zijn gaan uitoefenen.

Art. 12. 1. Het lidmaatschap en het juniordeelnemerschap eindigt:
a. door overlijden van het lid. Is een rechtspersoon of organisatie lid van de vereniging dan eindigt haar lidmaatschap wanneer zij op houdt te bestaan.
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging namens de vereniging;
d. door ontzetting.

2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan slechts geschieden tegen het einde van een verenigingsjaar. Zij geschiedt door een schriftelijke kennisgeving, welke vóór de eerste december in het bezit van de secretaris moet zijn. Deze is verplicht de ontvangst binnen acht dagen schriftelijk te bevestigen. Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgehad, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het eerstvolgende verenigingsjaar, tenzij het bestuur anders besluit of het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

3. Opzegging van het lidmaatschap namens de vereniging kan tegen het einde van het lopende verenigingsjaar geschieden door het bestuur met inachtneming van een opzeggingstermijn van tenminste vier weken, wanneer het lid, na daartoe bij herhaling schriftelijk te zijn aangemaand, op de eerste december niet ten volle aan zijn geldelijke verplichtingen jegens de vereniging heeft voldaan alsmede wanneer het lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten welke te eniger tijd door de statuten voor het lidmaatschap gesteld mochten worden. De opzegging door het bestuur kan onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap tot gevolg hebben, wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. De opzegging geschiedt steeds schriftelijk met opgave van de reden(en).

4. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. De ontzetting geschiedt door het bestuur, dat het betrokken lid ten spoedigste van het besluit, met opgave van reden(en), in kennis stelt. De betrokkene is bevoegd binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst. Het besluit der algemene vergadering tot ontzetting zal moeten worden genomen met tenminste twee derden van het aantal uitgebracht geldige stemmen.

5. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar, ongeacht de reden of oorzaak, eindigt, blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel door het lid verschuldigd, tenzij het bestuur anders besluit.

6. In afwijking van het bepaalde in de eerste volzin van artikel 36 lid 3 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek kan een lid zich door opzegging van zijn lidmaatschap niet onttrekken aan een besluit krachtens hetwelk de verplichtingen van geldelijke aard van de leden worden verzwaard, behoudens uiteraard het in lid 2 van dit artikel bepaalde.

Hoofdstuk III Algemene vergadering

Art. 13. De in vergadering bijeengeroepen stemgerechtigde leden vormen de algemene vergadering, die het hoogste gezag in de Studiekring uitoefent. Jaarlijks wordt binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar een algemene vergadering gehouden, hierna ook te noemen de jaarvergadering.

De algemene vergaderingen worden door het bestuur bijeen geroepen met inachtneming van een termijn van tenminste acht dagen.

De oproeping voor algemene vergaderingen geschiedt door een aan alle leden te zenden schriftelijke mededeling.

Art. 14. Op de algemene vergadering is elk erelid, elk gewoon lid en elk seniorlid gerechtigd één stem uit te brengen. Een collectief lid is gerechtigd een aantal stemmen uit te brengen als bij Huishoudelijk Reglement wordt bepaald, evenwel ten hoogste zes stemmen. Elk lid en elk collectief lid kan zijn stem(men) door een schriftelijk daartoe gemachtigd medelid laten uitbrengen. Een dergelijke volmacht kan slechts voor één vergadering worden verleend.

Art. 15. Een algemene vergadering kan alleen besluiten nemen als tenminste vijf en twintig procent (25%) van de leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is, en alleen over onderwerpen die ten minste acht dagen tevoren door middel van een schriftelijke convocatie aan de leden zijn kenbaar gemaakt.

Tenzij anders bepaald, besluit de algemene vergadering bij gewone meerderheid van stemmen voor of tegen.

Voorstellen de orde der vergadering betreffende, alsmede amendementen op de voorgelegde voorstellen en amendementen, kunnen staande de vergadering worden ingediend.

Art. 16. Het bestuur moet zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen zes weken, een algemene vergadering bijeenroepen indien tien procent der leden de wens daartoe schriftelijk met opgave en motivering der te behandelen onderwerpen aan het bestuur hebben kenbaar gemaakt.

Indien het bestuur in gebreke blijft, kunnen de betrokken leden zelf een ledenvergadering bijeen roepen, waarbij de artikelen 13 en 15 mutatis mutandis gelden.

Hoofdstuk IV Het bestuur

Art. 17. Het bestuur bestaat uit een oneven aantal van tenminste vijf door de algemene vergadering uit de leden benoemde leden, waarvan de voorzitter, de secretaris en de penningmeester in functie worden gekozen. De in functie gekozen leden vormen tezamen het dagelijks bestuur. Tot bestuurslid kunnen alleen worden benoemd gewone leden, seniorleden en ereleden.

Art. 18. Bestuursleden worden tijdens de jaarvergadering benoemd. De bestuursleden hebben een zittingperiode van drie jaar.

Tussentijds benoemde bestuursleden treden af op het tijdstip waarop diegene wiens plaats zij innamen, had moeten aftreden. Het bestuur houdt een rooster van aftreden bij.

Art. 19. In de jaarvergadering legt het bestuur verantwoording af van zijn beleid in het afgelopen verenigingsjaar. Tegelijk met de convocatie wordt aan de leden een beschrijvingsbrief toegezonden, behelzende de agenda, het jaarverslag, het financiële verslag, alsmede een begroting.

Rekening en begroting worden door de algemene vergadering, bij voorkeur in de jaarvergadering, vastgesteld.

Art. 20. Het Huishoudelijk Reglement regelt de vergoeding aan leden van de Studiekring voor werkzaamheden ten behoeve van de Studiekring, alsmede de toekenning van schadeloosstelling voor gemaakte kosten, reis- en verblijfkosten.

Art. 21. Bestuursbesluiten welke de Studiekring aan derden, of derden aan de Studiekring binden, behoeve de goedkeuring van de algemene vergadering.

Art. 22. Voorzitter en secretaris, of hun door het bestuur schriftelijk aangewezen plaatsvervangers, vertegenwoordigen de Studiekring tezamen in rechte. Het aangaan van rechtsgedingen behoeft de goedkeuring van de algemene vergadering.

Het bestuur is evenwel gerechtigd in noodzakelijk gevalllen conservatoire maatregelen te treffen.

Hoofdstuk V Andere organen

Art. 23. De jaarvergadering benoemt een kascontrolecommissie van drie stemgerechtigde leden, geen bestuurslid zijnde, waarvan telken jare één lid aftreedt, dat niet direct herkiesbaar is. Het bepaalde in artikel 17 laatste volzin is van overeenkomstige toepassing.

Art. 24. Indien de Studiekring een periodiek uitgeeft of zijn medewerking een periodiek verleent, benoemde de algemene vergadering op voordracht van het bestuur een stemgerechtigd persoon tot (hoofd)-redacteur van dit periodiek, en wel tot de eerstvolgende jaarvergadering. De (hoofd)- redacteur legt op deze jaarvergadering rekening en verantwoording af en is terstond herkiesbaar.

Art. 25. De algemene vergadering kan afdelingen en werkgroepen met een omschreven doel in stellen. Deze brengen jaarlijks aan de algemene vergadering, bij voorkeur de jaarvergadering, een schriftelijk verslag uit.

Art. 26. Zowel de algemene vergadering als het bestuur kunnen commissies instellen om over een bepaald onderwerp, bevorderlijk voor het doel van de Studiekring, te rapporteren. Zulke commissies brengen verslag uit aan het orgaan dat hen instelde.

Hoofdstuk VI Geldmiddelen

Art. 27. De geldmiddelen van de Studiekring worden gevormd door:
a. contributies;
b. donaties;
c. renten;
d. schenkingen, erflatingen en legaten;
e. subsidies;
f. andere baten.

Over de aanvaarding van gelden waaraan voorwaarden zijn verbonden, beslist de ledenvergadering. Ieder lid en iedere juniordeelnemer betaalt een contributie waarvan het bedrag jaarlijks door de algemene vergadering wordt vastgesteld.

Bij die vaststelling kan onderscheid gemaakt worden naar leeftijd, gezinsomstandigheden, woonplaats of andere omstandigheden. Het bedrag van de donaties wordt jaarlijks door de algemene vergadering vastgesteld.

Art. 28. De boeken worden bijgehouden volgens geijkte methoden.

Hoofdstuk VII Slotbepalingen

Art. 29. Een niet met de bepalingen van deze Statuten in strijd zijnd Huishoudelijk Reglement regelt de werkwijze van de Studiekring, de werkwijze en samenstelling van zijn organen, afdelingen, werkgroepen en commissies, en de rechten en verplichtingen van de leden voor zover deze niet uit de statuten volgen.

Art. 30. Het bestuur beslist over zaken welke noch in deze Statuten, noch in het Huishoudelijk Reglement zijn geregeld, brengt over zijn beslissing verslag uit aan de algemene vergaderingen doet zo nodig voorstellen om de Statuten en het Huishoudelijk Reglement te wijzigen.

Art. 31. Besluiten tot statutenwijziging worden door de algemene vergadering genomen, in een speciaal daartoe bijeengeroepen vergadering die alleen rechtsgeldig kan besluiten als tenminste de helft van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is met een meerderheid van tenminste twee/derde gedeelte der uitgebrachte stemmen. Indien in die vergadering niet het vereiste aantal stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd is, kan een tweede, niet eerder dan vier weken na de eerste daartoe bijeengeroepen algemene vergadering tot statutenwijziging besluiten, ongeachte het aantal aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigde leden, met de zelfde gekwalificeerde meerderheid.

Art. 32. Behoudens het bepaalde in artikel 50 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kan tot ontbinding van de Studiekring uitsluitend worden besloten door een speciaal daartoe bijeengeroepen algemene vergadering, waar tenminste de helft van het aantal stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd is, met tenminste twee/derde der uitgebrachte stemmen. Indien in die vergadering niet het vereiste aantal stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd is, kan een tweede, niet eerder dan vier weken na de eerste daartoe bijeengeroepen algemene vergadering tot ontbinding besluiten, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigde leden, met dezelfde gekwalificeerde meerderheid. Indien bij een besluit tot ontbinding geen vereffenaars te dien aanzien zijn aangewezen, geschiedt de vereffening door het bestuur. Een eventueel batig saldo zal worden aangewend voor door de algemene vergadering te bepalen zodanig doeleinden als het meest met het doel der vereniging overeenstemmen. Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit voor vereffening van haar vermogen nodig is.

Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten en het huishoudelijk reglement voor zover mogelijk van kracht.

In stukken en aankondigingen die dan van de vereniging uitgaan moeten aan haar naam worden toegevoegd de woorden " in liquidatie".

Aldus vastgesteld in de ledenvergadering van 28 april 1978 met onmiddelijke inwerkingtreding.

Huishoudelijk Reglement

Hoofdstuk I Leden en donateurs

Art. 1. Een organisatie verklaart bij haar aanmelding als collectief lid welke contributie zij zal betalen en geeft daarbij tevens aan aan welke natuurlijke personen namens haar het stemrecht zullen uitoefenen. De organisatie kan deze aanwijzing te allen tijde door een andere vervangen, mits schriftelijk aan het bestuur kenbaar gemaakt.

Art. 2. Een als collectief lid toegelaten organisatie kan ten hoogste drie stemmen laten uitbrengen. Dit kan geschieden persoonlijk door de daartoe volgens Art. 1 van het Huishoudelijk Reglement aangewezen personen, of bij schriftelijke volmacht.

Art. 3. Degene die door het bestuur als seniorlid is toegelaten, behoudt de rechten die hij tot dusver bezat.

Art. 4. Juniorleden en donateurs hebben geen stemrecht.

Art. 5. Een lid of donateur die niet aan zijn financiële verplichtingen voldoet, wordt door het bestuur geroyeerd indien hij na aanmaning niet alsnog binnen drie maanden zijn schuld aanzuivert.

Ook na die termijn kan het lidmaatschap of donateurschap herleven bij aanzuivering der schuld en betaling der gemaakte onkosten, zulks ter beoordeling van het bestuur, onverminderd het bepaalde in Art. 12 der Statuten.

Art. 6. Een besluit tot royement volgens de reden in Art. 12b der Statuten bedoeld, wordt door de ledenvergadering op voorstel van het bestuur genomen. De behandeling van zulk een voorstel wordt onmiddellijk geschorst wanneer de betrokkene om een commissie van onderzoek verzoekt.

De ledenvergadering stelt terstond een dergelijke commissie in, welke zal bestaan uit een bestuurslid, door het bestuur aan te wijzen, en twee geen bestuurslid zijnde stemgerechtigde leden, door de ledenvergadering aan te wijzen. Deze commissie brengt zo spoedig mogelijk verslag uit, aan de hand waarvan de behandeling van het voorstel tot royement wordt hervat. Van het verhandelde wordt een gedetailleerd verslag opgemaakt.

Art. 7. Een voorstel tot royement schorst de betrokkene onmiddellijk in de uitoefening van enige functie in de Studiekring.

Art. 8. Alleen die stemgerechtigden welke de presentielijst hebben getekend, zijn gerechtigd het woord te voeren en aan een stemming deel te nemen. Het aantal uitgebrachte stemmen resp. ingeleverde stembriefjes, moet overeenkomen met die presentielijst.

Art. 9. De voorzitter van het bestuur of zijn plaatsvervanger is voorzitter van de ledenvergadering en leidt deze. Hij kan zich laten vervangen door elk stemgerechtigd lid ter vergadering aanwezig. In afwijking hiervan, wijst een op grond van Art.16 van de Statuten door 10 leden bijeengeroepen ledenvergadering uit zijn middden een voorzitter aan.

Art. 10. De secretaris van het bestuur of zijn plaatsvervanger is secretaris van de ledenvergadering. De voorzitter of diens plaatsvervanger kan elk stemgerechtigd lid aanwijzen voor het maken van het verslag der vergadering. Van elke ledenvergadering wordt een verslag gemaakt dat de genomen besluiten duidelijk en het gesprokene zakelijke en beknopt weergeeft. Dit verslag wordt in een volgende ledenvergadering ter goedkeuring en vaststelling voorgelegd.

Art. 11. De agenda van een ledenvergadering vermeldt de voor de ledenvergadering bestemde stukken, de bij het bestuur ingekomen stukken die het bestuur aan de ledenvergadering ter kennis wil brengen, de vaststelling van het verslag der vorige vergadering en alle onderwerpen en voorstellen die het bestuur de ledenvergadering ter overweging wil geven.

Bovendien worden op de agenda geplaatst die onderwerpen en voorstellen welke ten minste vijf stemgerechtigden de ledenvergadering ter overweging willen geven, mits deze ten minste drie weken vóór de vergadering bij het bestuur zijn binnengekomen, onverminderd het recht van het bestuur met een kortere periode genoegen te nemen, indien het bestuur weigert aan het verzoek van die vijf stemgerechtigden te voldoen kunnen deze hun verzoek aan de ledenvergadering richten, die over de onderwerpen en voorstellen daarin vervat in een volgende vergadering beslist. De secretaris voegt die stukken aan de agenda van de volgende vergadering toe.

Art. 13. Voorstellen ter overweging gegeven aan de ledenvergadering, worden voorzien van een schriftelijke toelichting door de voorsteller, en desgewenst van een pre-advies door het bestuur als de onderwerpen en voorstellen niet van het bestuur afkomstig zijn.

Art. 14. Voor de vervulling van elke functie wordt door het bestuur zo mogelijk een voordracht van twee personen opgemaakt. Staande de vergadering kan door drie stemgerechtigde leden een kandidaat aan de voordracht worden toegevoegd totdat de voorzitter de stemming aan de orde stelt.

Art. 15. Iedere stemgerechtigde krijgt desgewenst van de voorzitter gelegenheid op- of aanmerkingen over het aanhangig zijnde agendapunt te maken. Mits ondersteund door drie stemgerechtigde leden, kunnen staande de vergadering, door iedereen ter vergadering aanwezig, amendementen en subamendementen ter nadere overweging worden ingediend. De voorzitter en het bestuur zijn ieder voor zich gerechtigd de behandeling te onderbreken of te schorsen tot een volgende vergadering. Voorstellers kunnen te allen tijde hun voorstel of amendement intrekken mits dit nog niet in stemming is gebracht.

Art. 16. Over persoonlijke aangelegenheden wordt schriftelijk gestemd met gesloten briefjes, die onmiddellijk na vaststelling van de uitkomst door een door de voorzitter aan te wijzen stembureau van drie stemgerechtigde leden en mededeling daarvan, door de secretaris worden vernietigd.

Bij enkele kandidaatstelling kan de vergadering van schriftelijke stemming afzien en de kandidaat voor gekozen verklaren, tenzij een der stemgerechtigde leden daar tegen bezwaar maakt.

Art. 17. Blanco stembriefjes worden meegerekend bij het aantal uitgebrachte stemmen. Stembriefjes die niet blanco zijn, doch waaruit de keuze niet blijkt of die andere toevoegingen bevatten, zijn ongeldig en tellen niet meer.

Indien twee of meer kandidaten een gelijk aantal stemmen op zich hebben verenigd heeft over deze kandidaten een herstemming plaats.

Art. 18. Degene die bij stemming over twee personen de meeste stemmen op zich verenigt, is gekozen. Bij een gelijk aantal stemmen is Art.17 van toepassing.

Degene die bij een stemming tussen drie of meer personen de meerderheid van de uitgebrachte stemmen op zich verenigt, is gekozen.

Indien in het tweede geval geen meerderheid is bereikt, wordt een herstemming gehouden tussen de twee kandidaten, die de meeste stemmen hebben verkregen, waarbij dan de eerste zin van dit artikel van toepassing is.

Art. 19. Over zaken wordt mondeling bij hoofdelijke oproeping of handopsteken gestemd, tenzij de ledenvergadering tot schriftelijke stemming besluit. Bij staken van stemmen is het voorstel verworpen. Indien geen van de stemgerechtigde leden stemming verlangt, geldt het voorstel als aangenomen. Iedere stemgerechtigde kan laten aantekenen dat hij tegen was.

Bij het in stemming brengen gaan subamendementen vóór amendementen, en amendementen vóór het voorstel. Indien verscheidene amendementen zijn ingediend, wordt het verststrekkende het eerst in stemming gebracht.

Hoofdstuk III Het bestuur

Art. 20. [gewijzigd in aansluiting op het besluit van de ALV op 13-1-2005] Het bestuur bestaat uit een oneven aantal van minstens vijf leden, gekozen door de Algemene Ledenvergadering. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester worden in functie door de ledenvergadering gekozen.

Art. 21. Het bestuur kan alleen besluiten nemen indien alle bestuursleden tijdig ter bijwoning der bestuursvergadering zijn opgeroepen en niet meer dan twee bestuursleden afwezig zijn. Het besluit bij gewone meerderheid van stemmen.

Art. 22. Het bestuur bereidt de besluiten van de ledenvergadering voor en voert ze uit.

Art. 23. De voorzitter leidt de bestuursvergaderingen. Tenzij het bestuur anders besluit, vertegenwoordigt hij de Studiekring buiten rechte. Hij verdedigt het bestuursbeleid.

Art. 24. De secretaris voert de correspondentie voor de Studiekring. Tenzij een ander daarvoor wordt aangewezen, maakt hij de notulen der bestuursvergaderingen, waarin de besluiten van het bestuur nauwkeurig worden vermeld. Hij stelt het jaarverslag op.

Art. 25. De penningmeester houdt de boeken, geeft kwijting voor ontvangen bedragen en verlangt kwijting voor uitgegeven bedragen tenzij daarvan op andere wijze schriftelijk blijkt, geeft de kascontrolecommissie ten minste eens per jaar vóór de jaarvergadering de gelegenheid de boeken te controleren, geeft jaarlijks een financieel verslag, maakt eens per jaar de rekening op, en stelt een begroting op.

Art. 26. De in de voorgaande artikelen niet vermelde werkzaamheden van het bestuur worden naar billijkheid verdeeld.

Art. 27. Het bestuur is gebonden de uitgaven te beperken tot de bij de vastgestelde begroting hiervoor uitgetrokken bedragen.

Art. 28. Het bestuur kan, met goedkeuring van de ledenvergadering, aan natuurlijke leden van de Studiekring een vergoeding, ineens of periodiek, toekennen voor werkzaamheden ten behoeve van de Studiekring verricht, indien deze uitgaan boven hetgeen van het lid op zijn plaats gevergd mag worden.

Art. 29. Bestuursleden kunnen desgewenst vergoeding van reis- en verblijfkosten ontvangen.

Art. 30. [gewijzigd in aansluiting op het besluit van de ALV op 13-1-2005] Bij tussentijdse vacatures in het bestuur kan het bestuur nieuwe leden benoemen, zonodig ook in de functie van voorzitter, secretaris of penningmeester. Een bestuursbenoeming geldt niet langer dan tot de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering, waarin voor de opengevallen plaats een verkiezing plaatsvindt. De zittingstermijn van een bestuurslid dat in een vacature wordt benoemd eindigt op de datum waarop de termijn van het vertrekkende bestuurslid verstreken zou zijn.

Art. 31. Het bestuur kan leden en andere personen, zonder dat zij hierdoor stemrecht verwerven, tot zijn vergaderingen toelaten indien de belangen van de Studiekring hiermee gebaat zijn.

Hoofdstuk IV Andere organen

Art. 32. De kascontrolecommissie kan haar werkzaamgeden slechts uitoefenen indien ten minste twee leden aanwezig zijn. Deze commissie brengt schriftelijk verslag uit van haar bevindingen en adviseert de ledenvergadering omtrent dechargering van de penningmeester. Het verslag wordt ondertekend door alle leden die aan de controle deelnemen.

Art. 33. Het langstzittende lid van de kascontrolecommissie is voorzitter en rapporteur van deze commissie.

Art. 34. Aan natuurlijke leden van de kascontrolecommissie kunnen desgewenst reis- en verblijfkosten worden vergoed, mits in die functie gemaakt.

Art. 35. Besluiten tot instelling van afdelingen, studiegroepen, of commissies vermelden voor zover nodig:
a. het doel;
b. de voorzitter of wijze van verkiezing;
c. de secretaris, de rapporteur, of de wijze van verkiezing:
d. de samenstelling of de wijze waarop de leden van de Studiekring aan de werkzaamheden kunnen deelnemen;
e. de wijze waarop de onkosten gedekt worden;
f. de wijze waarop de werkzaamheden verdeeld worden;
g. de wijze van rapporteren;
h. de toekenning van reis- en verblijfkosten aan natuurlijke leden, en toepassing van Art. 28 van het Huishoudelijk Reglement.

Art. 36. Studiegroepen en commissies wier werkzaamheden langer dan één jaar duren, brengen ten minste eens per jaar een tussentijds verslag uit.

Hoofdstuk V Geldmiddelen

Art. 37 De minimumcontributie voor natuurlijke leden wordt jaarlijks door de jaarvergadering vastgesteld en bedraagt voor:
a. gewone leden, ten minste f. 25,-- per jaar.
b. seniorleden, ten minste f. 15,-- per jaar.
c. juniorleden, ten minste f. 10,-- per jaar.

Ereleden zijn geen contributie verschuldigd.

Art. 38. De minimumcontributie voor collectieve leden wordt jaarlijks door de jaarvergadering vastgesteld en bedraagt voor organisaties ten minste f100,-- per jaar.

Art. 39. De minimum hoogte van donaties wordt jaarlijks door de jaarvergadering vastgesteld en bedraagt voor:

a. natuurlijke personen, ten minste f10,-- per jaar.

b. organisatie, ten minste f50,-- per jaar.

Art. 40. De leden en donateurs zijn verplicht de door hen voor het lopende jaar verschuldigde bedragen vóór 1 maart van dat jaar te voldoen.

Hoofdstuk VI Recht tot bijwoning van bijeenkomsten

Art. 41. Bijeenkomsten, door de Studiekring ten behoeve van zijn leden belegd, zijn toegankelijk voor:
a. alle natuurlijke leden;
b. drie of meer tot een als collectief lid toegetreden organisaties behorende personen tot een maximum aantal gelijk aan het afgeronde quotiënt van de jaarlijkse contributie van dit collectieve lid en de door gewone leden verschuldigde contributie.

Over een verzoek tot introductie van niet-leden beslist het bestuur.

Art. 42. Het bestuur kan, met goedvinden van de ledenvergadering, voorwaarden stellen met betrekking tot het bijwonen van bijeenkomsten, uitgezonderd ledenvergaderingen.

Hoofdstuk VII Publicaties

Art. 43. Elk natuurlijk lid en de personen die behoren tot een als collectief lid toegetreden organisatie en volgens Art. 1 van het Huishoudelijk Reglement het stemrecht mogen uitoefenen, ontvangen één exemplaar van de convocaties, met inbegrip van de beschrijvingsbrief als vermeld in Art. 19 van de Statuten, en van de periodieke uitgaven van de Studiekring, zonder kosten.

Elke donateur ontvangt één exemplaar van voornoemde beschrijvingsbrief, zonder kosten.

Art. 44. Het bestuur kan een bedrag vaststellen waarvoor andere publicaties van de Studiekring verkrijgbaar worden gesteld. De leden en donateurs genieten daarop een telkemale vast te stellen reductie.

Hoofdstuk VIII Personeel en het verrichten van enkele diensten

Art. 45. Gesalariseerde functies kunnen niet anders worden ingesteld dan bij besluit van een ledenvergadering, die tevens de salarisregeling vaststelt. Aantrekking van personen ter vervulling van deze functies geschiedt door het bestuur. Personeel kan geen stemgerechtigd lid van de Studiekring zijn.

Art. 46. De ledenvergadering kan op voorstel van het bestuur gelden uittrekken voor het honoreren van buiten de Studiekring staande advieseurs, waarbij taak en duur van de te verlenen diensten omschreven worden.

Hoofdstuk IX Slotbepalingen

Art. 47. Dit Huishoudelijk Reglement kan te allen tijde door een ledenvergadering met onmiddellijk inwerkingtreding worden gewijzigd.

Art. 48. Aan alle leden en donateurs wordt één exemplaar van de Statuten en het Huishoudelijk Reglement kosteloos verstrekt.